Field Export maken

Objectlagen kunnen geëxporteerd worden naar een GV6 Field-bestand. Dit bestand wordt een Field Export genoemd en kan, bijvoorbeeld, door inspecteurs worden gebruikt om buiten een inspectie uit te voeren. Inspectiegegevens kunnen door te synchroniseren worden verstuurd naar het bronbestand.

Van te voren

De mogelijkheden om projectinrichting aan te passen in een gemaakte Field Export zijn beperkt! Voordat een Field Export gemaakt wordt is het dus belangrijk om het project goed voor te bereiden. Denk hierbij aan:

  • Inspectie legenda opbouwen met alle lagen die je wilt exporteren
  • Paspoorten maken of aanpassen voor de te gebruiken lagen
  • Stel Fotovelden in voor databronnen wanneer er gebruik wordt gemaakt van afbeeldingen, klik hier voor de How to: Fotovelden instellen
  • Stel Afbeeldingen verkleinen in. Klik hier voor de How to: Afbeeldingen verkleinen instellen
  • Gebruiker inrichten, let hierbij op:
    • Autorisaties
    • Standaard Legenda instellen, klik hier voor de How to: Standaard Legenda instellen
    • Standaard Paspoorten instellen, klik hier voor de How to: Standaard Paspoort instellen

 

Uit te voeren stappen

  1. Navigeer via Applicatiemenu, Beheer, GeoVisia Field naar Export aanmaken.... Dit opent het scherm GeoVisia – Field Export.

    Bewaren

    Bewaren

  2. Kies de legenda waarvan je een export wilt maken of een legenda waar de lagen in zitten die je wilt exporteren.

    Bewaren

    Bewaren

  3. Vink de lagen aan die je wilt exporteren. De aangevinkte lagen worden getoond bij Data.

    Bewaren

    Bewaren

    Weetjes!

    • Door de vinkjes in de kolom Incl. data uit te zetten word de laag leeg meegenomen in de Field Export. Voorbeeld: Vinkje uit bij de databron Bomen betekent dat de laag in de Field Export komt, maar dat er geen bestaande bomen in de laag aanwezig zijn.
    • Legenda items afkomstig uit een bestandsmap en URL-databronnen kunnen niet worden aangevinkt. Deze verbindingen worden automatisch meegenomen in de Field Export.
    • Als een databron vanuit een bestandsmap wordt meegenomen in de Field Export, wordt het pad naar de map (bijvoorbeeld C:\Users\a.bakker\Referentiekaarten\voorbeeld.shp) geëxporteerd. De databron zelf, in dit geval voorbeeld.shp, moet met het Field Export bestand aangeleverd worden aan de gebruiker.
  4. Vink per legenda item bij Relationele lagen aan welke sublaag je mee wilt nemen in de Field Export.

    Bewaren

    Bewaren

  5. Geef de Field Export een herkenbare naam en omschrijving. Kies een export locatie en geef een datum op bij export geldig tot.

    Bewaren

    Bewaren

    Weetje

    Bij het kiezen van een Export locatie krijgt de Field Export automatisch een naam met een reeks getallen. In het voorbeeld is dit 20170831_0823_.gv6field. Deze getallen geven de datum (31-08-2017) en tijd (08:23) aan waarop de Export locatie gekozen wordt. Tip! Laat deze datum-tijd aanduiding staan in de naam van het bestand. Zo weet je altijd wanneer de Field Export aangemaakt is.

  6. Klik op Export… om de Field Export aan te maken. Er verschijnt een scherm waar je de voortgang van je export kunt volgen.

    Bewaren

    Bewaren

  7. Als de export afgerond is verschijnt het Meldingen scherm. In dit scherm wordt aangegeven of alle lagen succesvol geëxporteerd zijn. Als er een fout is opgetreden bij het maken van de Field Export wordt er een foutmelding in dit scherm aangegeven. Klik op OK om het Meldingen scherm af te sluiten.

    Bewaren

    Bewaren

Na het aanmaken

De Field Export is nu opgeslagen op de aangegeven Export locatie. Je kan de Field Export controleren door het bestand te openen in GeoVisia Office. Test of het bestand werkt als je inlogt met de gegevens van de gebruiker die met het bestand aan het werk moet. Denk hierbij aan:

  • Zichtbaarheid van de lagen op de kaart
  • Openen en bewerken van paspoorten
  • Openen van lijstoverzichten

 

Gerelateerde artikelen

Eigenschappen

Article ID 1063
Laatst bijgewerkt 15 februari 2018